Het doel is om:
- CO₂-uitstoot verder te verminderen;
- Belasting van het elektriciteitsnet te beperken;
- Energie slimmer onderling uit te wisselen;
- Kosten beheersbaar te houden;
- Ruimte creëren voor toekomstige ontwikkeling van partijen in het gebied.
Een collectieve aanpak in verduurzaming is hier de oplossing. Eén slim energiesysteem voor het hele gebied. Lokaal opwekken, opslaan, delen en slim inzetten van warmte, koude en elektra. Het collectieve energiesysteem maakt zoveel mogelijk gebruik van lokale warmtebronnen, zoals oppervlaktewater van de Tongelreep, restwarmte en veldthermie. De warmte wordt opgeslagen in een WKO en uitgewisseld tussen gebouwen via een warmtenet.
Wat is de haalbaarheid van een collectief energiesysteem?
Afgelopen jaar is onderzocht welk energiesysteem het beste is voor de Genneper Parken. Dit staat in het Ambitiedocument Gebiedsverduurzaming Genneper Parken. De mogelijkheden samengevat:
- De vraag naar energie wisselt in tijd en is niet voor elke partij gelijk. De elektra capaciteit wordt onderling gedeeld en tijdelijk opgeslagen in accu’s, netcongestie is dan geen uitdaging meer.
- Warmteopwekking en opslag in het gebied zelf met Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO), restwarmte van diverse partijen, (sport)veldthermie en de aanleg van een WKO. Daarmee kunnen de gebouwen van het gas af.
- Zowel voor het uitwisselen van warmte als elektra wordt infrastructuur aangelegd, ook voor de duurzame energie die in het gebied wordt opgewekt.
Gebiedsverduurzaming Genneper Parken in cijfers:
- Hiermee kan 85 % van het netcongestie probleem in het gebied opgelost worden;
- Er is een C02 besparing mogelijk van 4000 ton (t.o.v. nu) vergelijkbaar met 160.000 bomen;
- Er wordt 17.480 MWh energie opgewekt, vergelijkbaar met 3.000 verduurzaamde woningen.
Van april t/m oktober 2026 wordt de technische en economische haalbaarheid verder uitgewerkt. Deze fase resulteert in:
- een schetsontwerp van het systeem;
- een financiële doorkijk op realisatie;
- en een voorstel voor de organisatievorm.
Met deze stap zet Eindhoven opnieuw een belangrijke stap richting de ambitie om in 2030 55% minder broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van 1990.