Bodeminfiltratie

Regenwater van dakvlakken, wegen en andere verharde oppervlakken kun je naar een iets verlaagd grasveld of ander beplant vak laten afstromen, zodat het daar kan infiltreren. Voorwaarde is wel dat er voldoende ruimte is en de bodem voldoende doorlatend is.

Een infiltratieveld op goed doorlatende bodem vereist enige ruimte. Daar staat tegenover dat zo’n infiltratieveld maar weinig onderhoud vergt. Als regenwater infiltreert via beplante oppervlakken wordt het bovendien gezuiverd.

Schets van de bodeminfiltratievelden

Voorwaarde is wel dat je het verlaagde terrein beplant met soorten die (tijdelijk) tegen natte omstandigheden kunnen. Zorg je voor gevarieerd groen en kleine hoogteverschillen (micro-reliëf), dan draagt het verlaagde veld tevens bij aan de biodiversiteit.

Het benodigde oppervlak voor vlakvormige bodeminfiltratie ligt tussen de 20% en 50% van het aangesloten verharde oppervlak, afhankelijk van de infiltratiesnelheid. Kortom: om het regenwater van 100 m2 verhard oppervlak te kunnen opvangen heb je 20 tot 50 m2 verlaagd terrein nodig.

Het toepassen van een infiltratiesysteem geeft je de mogelijkheid het water bovengronds en zichtbaar naar de infiltratievoorziening af te voeren. Het benodigde afschot voor deze voorzieningen bedraagt in slappe, niet draagkrachtige bodems 0,5 cm/m.

Als we bodeminfiltratie toepassen, kan water dat anders in het riool zou verdwijnen in de bodem infiltreren. Daardoor stijgt het grondwaterpeil en neemt de kans op verdroging af.